Lasrook en de Arbeidsinspectie: Waar letten ze nu écht op

Bij inspecties rondom lasrook draait het in de praktijk vrijwel altijd om drie vragen:

  • Wordt lasrook bij de bron afgezogen?
  • Is de luchtkwaliteit in de werkplaats als geheel goed geregeld
  • Is de lasser voldoende beschermd wanneer afzuiging niet alles opvangt?

Kun je deze drie punten onderbouwen, dan sta je sterk richting de Arbeidsinspectie. Op deze pagina leggen we per onderdeel uit waar inspecteurs op letten en waar we in de praktijk zien dat het vaak misgaat.

1. Bronafzuiging bij de lasplek

De eerste en belangrijkste maatregel tegen lasrook is bronafzuiging. Inspecteurs kijken niet alleen óf deze aanwezig is, maar vooral hoe deze wordt toegepast: de positionering ten opzichte van de las, of de afzuiging tijdens het lassen daadwerkelijk wordt gebruikt of de oplossing past bij het type laswerk.

Wat wij vaak zien: bronafzuiging is technisch aanwezig, maar afhankelijk van gedrag. Afzuigarmen staan niet optimaal of worden weggehaald “omdat ze in de weg zitten”. Dat maakt deze maatregel kwetsbaar richting inspectie.

Oplossingen die minder afhankelijk zijn van handmatige handelingen en gedrag bieden meer zekerheid, zowel voor de lasser als richting de Arbeidsinspectie.

2. Ruimtelijke afzuiging in de werkplaats

Wanneer lasrook niet volledig bij de bron wordt afgevangen, verspreidt deze zich door de werkruimte. Daarom kijkt de Arbeidsinspectie steeds nadrukkelijker naar de luchtkwaliteit in de hele werkplaats.

Dit speelt vooral bij grotere hallen, vaste lasplekken, meerdere lassers in één ruimte en robotcellen.

Belangrijk is dat je kunt laten zien dat lasrook zich niet ongecontroleerd ophoopt of langdurig in de ruimte blijft hangen. Ruimtelijke afzuiging is daarmee geen ‘extra’, maar een logisch onderdeel van het totaal.

3. Persoonlijke bescherming van de lasser

Als technische maatregelen niet alles kunnen ondervangen, komt persoonlijke bescherming in beeld. Dit is geen vervanging van afzuiging, maar een aanvullende maatregel.

Inspecteurs letten hier bijvoorbeeld op:

  • in welke situaties PBM’s worden ingezet
  • of deze passen bij het risico en het werk
  • en of het gebruik structureel is vastgelegd

Met name bij lastig bereikbare lasplekken, inbouwsituaties of wisselend werk is dit een belangrijk aandachtspunt.

Vastlegging en onderbouwing van maatregelen

Inspecteurs verwachten dat risico’s rondom lasrook zijn vastgelegd in een actuele Risico-Inventarisatie & -Evaluatie (RI&E), met een Plan van Aanpak waarin staat hoe deze risico’s worden beheerst.

Dit betekent niet dat alles perfect moet zijn, maar wel dat duidelijk is welke risico’s herkend zijn, welke maatregelen zijn gekozen en waarom deze passen bij het werk.

Een goede vastlegging ondersteunt het gesprek met de inspecteur en maakt inzichtelijk dat lasrook structureel wordt aangepakt.

Hoe Elektrolas bedrijven hierbij ondersteunt

Elektrolas werkt dagelijks met bedrijven waar lasrook een rol speelt. We zien welke oplossingen wél en niet werken.

We helpen bedrijven om maatregelen te kiezen die:

  • praktisch uitvoerbaar zijn
  • minder afhankelijk zijn van gedrag
  • passen bij de werkzaamheden

Niet vanuit regels, maar vanuit de praktijk. Wil je sparren over jouw situatie of weten waar je nu staat richting een inspectie? Dan denken we graag met je mee.

Maak kennis met Denny

We streven er dagelijks naar om bedrijven in de lasindustrie te helpen om beter, slimmer en veiliger te werken. Heb je vraag of sta je voor een uitdaging, onze lastechneuten staan klaar om je te helpen. Neem contact op via 0416-336777 of info@elektrolas.com.